Op 1 juli 2024 treedt een significante wijziging van de Algemene douanewet in werking, welke aanzienlijke implicaties heeft voor bedrijven en particulieren die douaneaangiften doen. De veranderingen beogen een vereenvoudiging en versoepeling van het proces bij onjuiste aangiften. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen toegelicht.
Een van de meest opvallende wijzigingen is dat aangevers bij een onjuiste aangifte niet langer strafrechtelijk vervolgd zullen worden, indien geen sprake is van opzet. Dit betekent dat fouten in aangiften niet meer zullen leiden tot een strafrechtelijke procedure, wat een aanzienlijke verlichting betekent voor bedrijven die soms door complexe regelgeving onopzettelijke fouten maken.
De termijn waarbinnen de douane navorderingen kan doen, wordt verkort van vijf jaar naar drie jaar, hetgeen ook in lijn is met het Douanewetboek van de Unie. Deze wijziging geldt echter alleen voor aangiften die zijn gedaan na 1 juli 2021. Dit betekent dat voor aangiften die vóór deze datum zijn gedaan, de oude termijn van vijf jaar nog steeds van toepassing is. Deze verkorting van de navorderingstermijn biedt meer duidelijkheid en zekerheid aan bedrijven over hun fiscale verplichtingen en risico’s.
Een andere belangrijke verandering is de procedure voor het indienen van bezwaar tegen bestuurlijke boetes. Voorheen moest een verzetschrift bij de officier van justitie worden ingediend, maar vanaf 1 juli 2024 kan dit rechtstreeks bij de douane worden gedaan. Deze wijziging maakt het proces toegankelijker en eenvoudiger, wat een snellere en efficiëntere afhandeling van bezwaren mogelijk maakt.
De veranderingen in de Algemene douanewet hebben zowel positieve als praktische implicaties voor bedrijven: