Aanpassing Vergunningsverplichting voor COVID19 beschermingsmiddelen

De nieuwe uitvoeringsverordening (EU) 2020/568 van deCommissie van 23 april 2020 ziet toe op een exportvergunningsverplichting van bepaalde goederen die essentieel zijn voor bescherming tegen COVID-19. Het is een aanpassing van een eerdere maatregel (Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402) die op 15 maart 2020 was gepubliceerd.

 

De nieuwe maatregel reduceert de lijst van producten die een exportvergunning nodig hebben tot:

  • Brillen en vizieren voor het beschermen van de ogen;
  • Mond- en neusbeschermingsmiddelen;
  • Beschermende kleding.

 

Daarnaast is in de maatregel de lijst van geografische uitzonderingen verder uitgebreid met o.a. de -Westelijke Balkan. De maatregel voorziet verder in de mogelijkheid om snel exportvergunningen te verstrekken voor humanitaire doeleinden.

 

Aangezien de epidemiologische crisis ten gevolge van de ziekte COVID-19 voortduurt, blijft de vraag in de EU naar persoonlijke beschermingsmiddelen, namelijkbeschermingsmaskers (en chirurgische maskers), handschoenen, brillen, gelaatsschermen en overalls, zeer groot en neemt die zelfs nog voortdurend toe.

 

Vooral de vraag naar bepaalde soorten persoonlijke beschermingsmiddelen heeft op de interne markt tot tekorten geleid. Gezien de aard van de producten en de huidige omstandigheden zijn dergelijke beschermingsmiddelen essentiële goederen, aangezien zij noodzakelijk zijn om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen en de gezondheid te waarborgen van medisch personeel dat besmette patiënten behandelt.

 

In het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming heeft de Europese Commissie besloten een strategische ‘rescEU-voorraad’ medische uitrusting, zoals ventilatoren en beschermingsmaskers, aan te leggen om de EU-landen in het kader van de COVID-19-pandemie te helpen.

 

De Commissie heeft ook een ‘clearinghouse’ voor onder meer persoonlijke beschermingsmiddelen opgezet, teneinde de inspanningen te coördineren om vraag en aanbod in de EU op elkaar af te stemmen en de goede werking van de interne markt te vergemakkelijken.

 

Ondanks deze maatregelen, en gezien de toegenomen behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen in de EU, bestaat er nog steeds een kloof tussen vraag en aanbod in de EU, met name voor bepaalde soorten persoonlijke beschermingsmiddelen die van vitaal belang zijn om de verspreiding van de ziekte te voorkomen en patiënten te behandelen.

 

De EU is niet voornemens de uitvoer meer te beperken dan absoluut noodzakelijk is, en zij wenst ook het beginsel van internationale solidariteit in deze situatie van een wereldwijde pandemie te eerbiedigen.


Een systeem van uitvoervergunningen moet een situatie waarin binnen de grenzen van de EU een tekort aan essentiële producten bestaat, verhelpen of voorkomen. Het hoofddoel van een dergelijk systeem is de volksgezondheid in de EU te beschermen.

Terug